Zwartrugbosmier

De zwartrugbosmier (Formica pratensis) is algemeen op de zandgronden in het binnenland en ontbreekt langs de kust en op de Waddeneilanden, met uitzondering van Schiermonnikoog. De kolonieopbouw van zwartrugbosmier kan uit allerlei vormen bestaan. Nesten worden doorgaans bewoond door één koningin. Sommige nesten hebben meerdere koninginnen en ook nestafsplitsingen waarbij grote kolonies met meerdere nestbulten ontstaan komen voor. 

De werksters van de zwartrugbosmier zijn vrij grote mieren (4-­9 mm lang), tweekleurig, met een deels roodbruine en deels donkere bovenkop, donker achterlijf en daartussen een roodbruin borststuk en schub. Boven op het borststuk bevindt zich bijna altijd een opvallende en duidelijk begrensde zwarte vlek. De kop heeft (recht van voren gezien) een rechte achterrand met veel staande haren. Ook het borststuk heeft op de bovenzijde veel staande haren. De nestkoepels zijn meestal veel platter dan bij de behaarde en kale bosmier. Vaak is het nest een vlakke bult, gelegen in een brede, vlakke krater met weer iets opgehoogde randen. Meer informatie over de zwartrugbosmier is te vinden op het Soortenregister.

Over Bosmieren.nl

Bosmieren.nl is een initiatief van EIS Kenniscentrum Insecten en is bedoeld als inleiding op kennis en informatie over deze belangrijke en boeiende insectengroep.
Deze website kwam mede tot stand door een subsidie van de Van der Hucht De Beukelaar Stichting en de Uyttenboogaart-Eliasen Stichting.

Over EIS

Stichting EIS Kenniscentrum Insecten  doet onderzoek aan insecten en andere ongewervelden en geeft voorlichting en adviezen over beheer en beleid.

  

Contact

EIS Kenniscentrum Insecten 
Postbus 9517 
2300 RA Leiden 
(+31) 071 7519314 
eis@naturalis.nl